|
7 september 2006:
Over meiden en bètavakken:
25 juli 2006 Het Financieele Dagblad.
Onze meiden willen
niet aan bètavakken. De campagnes 'kies exact' of 'een
slimme meid is op haar toekomst voorbereid' zijn mislukt.
Sinds de invoering van de profielen in het voortgezet onderwijs
is het percentage meisjes op het vwo dat voor de richting
natuur en techniek kiest met bijna een kwart gedaald tot 14.9
porcent.
IBM Nederland probeert er wat aan te doen met een speciaal
zomerkamp voor techniek voor jonge meiden. De computermultinational
ziet het als een strategisch probleem dat er zo weinig getalenteerde
vrouwen warmlopen voor een carrière in een hoogtechnologische
bedrijfstak. En blijkbaar worden die zorgen gedeeld, want
bij de Nederlandse media is er veel belangstelling voor dat
wereldwijde programma van IBM.
Maar wat is eigenlijk
het probleem?
Te weinig bèta's? Het Centraal Planbureau en ook andere
arbeidsmarktonderzoekers stellen onomwonden dat daarvan geen
sprake is. Zij redeneren dat als er een bètatekort
zou zijn, de lonen van bèta's hoger moeten liggen of
harder stijgen dan pakweg bij economen en juristen. Maar dat
is niet het geval. Het is zelfs zo dat veel bèta's
uitwijken naar andere beroepen, omdat die beter betaald worden.
Evenmin duidt de afnemende populariteit van bètavakken
op een groeiende onderwijsachterstand van meisjes.
Integendeel, op het vwo en gymnasium is inmiddels 54 procent
van de leerlingen van het vrouwelijke kunnen en op het hbo
51 procent. Alleen op de universiteiten staan nog iets meer
jongens ingeschreven, maar ook dat verschil loopt snel terug.
Geen reden tot zorg dus? Toch wel lijkt mij. Vrouwen mogen
dan wel steeds hoger opgeleid zijn, ze stoten daarna zelden
door. Vaak blijven ze hangen in kleine deeltijdbanen. Vergeleken
met hun genoten onderwijs zijn de prestaties van vrouwen op
de arbeidsmarkt belabberd. Niet meer dan 41 procent van de
vouwen is economisch zelfstandig en het doorsnee inkomen van
vrouwen is 51 procent van het mannelijke gemiddelde. Vrouwen
bekleden minder dan 15 procent van de hogere managementfuncties
en slechts 7 procent van de hoogleraren is vrouw. Dit laatste
cijfer is vrijwel het slechtste ter wereld en ook nauwelijks
beter dan een halve eeuw geleden.
Over de oorzaken van
die achterblijvende carrières is al heel wat afgeschreven.
Dure kinderopvang, glazen plafonds, old boys networks enzovoort.
Maar aan kinderopvang is al jaren geen gebrek meer en ook
valt moeilijk in te zien waarom de azen plafonds hier zoveel
dikker en onze brouwen zoveel minder mondig zouden zijn dan
in Duitsland, Engeland of Frankrijk.
Blijkbaar spelen andere krachten een rol. Een belangrijke,
volgens mij, is dat Nederland nog maar een korte traditie
heeft van werkende vrouwen. Kinderen zijn nog steeds gewend
dat vaders werken en moeders meestal thuis zijn. Dat werkt
door in hoe kinderen tegen beroepskeuze aankijken.
Het lijdt geen twijfel
dat meiden graag economisch zelfstandig willen zijn. Maar
tot nu toe verbinden ze daar minder dan jongens persoonlijke
gevolgen aan. Meiden hebben vaker dan jongens ergens vanbinnen
het gevoel dat als het erop aankomt er toch wel voor hen wordt
gezorgd. Dat leidt ertoe dat meiden zich bij hun studiekeuze
vaker laten leiden door alleen wat ze leuk vinden, terwijl
jongens meer kijken wat ze ermee kunnen worden.
Vandaar dat - nog steeds - bij studies als kunstgeschiedenis,
algemene cultuurwetenschappen, talen en pedagogiek de percentages
vrouwelijke studenten variëren van zeventig tot boven
de negentig, terwijl bijvoorbeeld bij de Vrije Universiteit
vorig jaar geen enkele vrouw informatica ging studeren. Juist
hier wijkt Nederland sterk af.
Veel vrouwen die leuke studies hebben gedaan waarvoor weinig
banen zijn, belanden later toch in het bedrijfsleven. Maar
daar beginnen ze dan wel met een 3-0 achterstand. Tegen de
tijd dat ze die beginnen in te halen, krijgen ze kinderen.
en als je dan eenmaal jarenlang onder je niveau werkt, is
de afdaling naar een kleine deeltijdbaan maar al te verleidelijk.
Het barre vooruitzicht van veertig jaar je eigen kost verdienen
zit bij veel meiden nog niet echt tussen de oren. En hier
ligt wellicht ook een sleutel voor de lage belangstelling
voor bètavakken. Behalve dan voor die enkele spreekwoordelijke
'nerd' zijn bètavakken nu eenmaal moeilijk en weerbarstig.
Ook voor jongens. Maar die kiezen die vakken ook als ze er
niet zo goed in zijn, omdat ze die denken later in hun beroep
nodig te hebben. En terecht, want zelfs in 'vrouwelijke' vakken
als psychologie en pedagogiek is het bijna onmogelijk dat
je ooit hoogleraar wordt al je de wiskundige en statistische
ondergrond mist die nodig is om onderzoek te doen.
Werkende moeders met ambitie zijn beter reclame voor bèta
voor meisjes dan overheidscampagnes. Mijn dochter deed mee
aan de week van IBM. Ze vond het erg leuk.
Ed Groot is redacteur van Het Finacieele
Dagblad.
E-mail: edgroot@fd.nl
|